donderdag 22 november 2018


zaterdag
24
november

Roetveeg

Staat Sint te stralen op zijn stoombootsteven,
dan rijst in mij altijd een oud verdriet:
bij menigeen ben ik in diskrediet,
terwijl mijn broer als heilige kan leven.

Die zal als Klaas natuurlijk nimmer weten
hoe naar het is om Piet te moeten heten.

Wim Meyles







donderdag
22
november


Frontbericht

’k Heb niks gezien vandaag, dat wou ik u nog schrijven:

’k heb heel de dag wat voor het raam gestaan
en niks gezien, ondanks het noestig wrijven
in beide ogen. Toen maar vroeg naar bed gegaan.


Ook moet u weten: ik heb niks gehoord.

Voor uren in een diepe slaap gelegen
en niks gehoord. Zelfs hart en longen zwegen.
Een snik werd in het hoofdkussen gesmoord.


Voor ’t raam en ook in bed heb ’k niks bedacht.

Dat wou ik u al heel lang laten blijken
maar ’k wist niet hóe! Ik miste werkelijk nog de kracht
om naar een potlood of een velletje te reiken.


Hier moet ik ’t voor thans helaas bij laten:

’t gaat nu weer redelijk, ’k ben aardig opgefleurd.

O wél bedankt dat u mij even bij liet praten!
Ik schrijf u weer zodra er niks gebeurt.

Lévi Weemoedt (1948)



woensdag 21 november 2018


woensdag
21
november

Levensmoe

Ik hief mijn hoofdje uit de kinderwagen,
en zag voor ’t eerst de mensen om mij heen.
Ik stelde nog een paar gerichte vragen
en wist genoeg. En was gelukkig weer alleen.


Lévi Weemoedt (1948)




maandag 19 november 2018


Maandag
19
november

Het Kamerlid en Zwarte Piet

Oh, kijk nou toch, zei ‘t kamerlid, ze zijn weer aan het rellen.
Vlug kwamen Kurt en Cor erbij en keken met hem mee.
Wat jammer dat die schreeuwers elke intocht vergezellen.
Bij ons was ‘t vroeger enkel feest, die intocht op tv.

De eerste keer dat Sint, zei babcia, met zijn Zwarte Pieten
bij mij thuis een bezoekje bracht, stond ik meer dan versteld
van dat pikzwarte Pietgezicht. Daar moest ik van verschieten.
En dat die schmink racistisch is, werd er niet bij verteld.

Hoe zou ik dat, vervolgde zij, ook hebben koenen weten?
Het meest opvallend is contrast dat ik bijzonder vind:
sneeuwwitte cheiligman, zo koel, zo rustig, afgemeten,
en stoute, zwarte knechten, die toch luisteren naar hun Sint.

Maar babcia toch! Voor Cor en Kurt, was wat zij zei verfoeilijk.
Wij zijn ooit beiden Piet geweest en hebben toen genoten,
maar in het huidige klimaat is het wel heel erg moeilijk
om achter ‘t zwart van Piet te staan, dat hebben wij besloten.

En jij? Wat vind jij, kamerlid? Hoe sta jij in die kwestie?
Ik heb, zei ‘t kamerlid, persoonlijk minder met dat zwart.
Zo’n donkere knecht wekt ongewild de kwalijke suggestie
van een karikatuur, wat blijkbaar minderheden tart.

Ik zou het allerliefste zien, gaf hij daarop te kennen,
dat de bevolking, niet Den Haag, in kalme dialoog
een middenweg bewandelde, waaraan men dan kan wennen.
Ja, duh! Voor Cor en Koert behoefde dat geen breed betoog.

Toen was het tijd voor babcia om met borstplaat rond te gaan:
Een zwarte Sint met witte Pietjes, is dat toegestaan?

Hendrikje de Koning



zondag 18 november 2018


Zondag
18
november

U kunt het dak op!

Dit jaar vertik ik het.
Snotneuzen, plakvingers.
Altijd bevreesd
Voor een ruk aan mijn baard.

Weg met die knellende
Windvlaaggevoelige
Mijter en eind’lijk
Verlost van dat paard!
Katja Bruning



zaterdag 17 november 2018


Zaterdag
17
november

Adieu mijn lief, wij moeten scheiden,
Wij hebben zeer elkaar bemind,
Wij waren trouw en goed gezind;
Wat kwam er dan tussen ons beiden?
Een schaduw, die zich uit ging breiden
En langs het raam een vreemde wind;
Adieu mijn lief, wij moeten scheiden.

Nu zijn van tranen, ongeschreide,

De dagen loom en kou begint,
De dood wordt onze beste vrind,
Nu wij geen weerzien meer verbeiden:
Adieu mijn lief, wij moeten scheiden.


H.W.J.M. Keuls (1883-1968)
uit: Rondeelen en kwatrijnen (1942)



vrijdag 16 november 2018


vrijdag
16
november

Als wat….
Stel dat ik niet geboren was, geen mens had mij gemist
En niemand had mijn rechten en mijn plichten ooit betwist
Ik had mijn liefje nooit bemind, geen kind om voor te zorgen
Ik had geen alle dag gekend, geen gisteren, geen morgen

Stel dat ik niet geboren was, gewoon was weggebleven
Dan waren deze regeltjes ook nooit door mij geschreven

Bas Boekelo