woensdag 25 april 2018


Woensdag
25
april


Klein en kort

Och och dat memootje
Zeer memorabel toch?
Schonk de regering
Weer troebele wijn?

Oorzaak is zeker haar
Memomemorietje:
Korter dan kort – ach
haar brein is vast klein


Inge Boulonois



dinsdag 24 april 2018


Dinsdag
24
april

ODE AAN DE ROLLATOR

Ik woon in een rollatorwijk

dat wil ik hier wel uiten
want als ik om mij heen zo kijk
zie ik er heel veel buiten


Ik heb er zelf ook zo een

wilde er eerst niet aan
maar ja je wordt wat slecht ter been
en zie mij nu eens gaan


Ik hou van mijn rollator

hij is mijn beste vriend
en grote stimulator
een die mij altijd dient


Hij is een bijdehandje

nee beslist geen oen
hij heeft zelfs een mandje
om boodschappen in te doen

Theo Olierook

maandag 16 april 2018


Maandag
16
april

De dood

Laat mij mijn donzen vleuglen vouwen
om uw bang geworden hart,
dek met mijn ruischend zwaar geveder
de donkre oogen van uw smart.


Berg in de erbarming van mijn handen
uw verbijsterd blind gelaat,
schuil uw schuw, geschonden leven
in mijn schemerstil gewaad.-


Wijd en donker ruischt het water
om de bloem besneeuwde boot…
Roerloos ligt ge en onttogen,
een glimlach houdt uw mond bevlogen,
de hemel dekt uw slapende oogen-


dit is de rust, dit is de dood.
Truus Gerhardt (1899-1960)



zondag 15 april 2018


Zondag
15
april

Egon en Licida

Herder Egon, vlug en aartig,

Ging van Licida verzeld,
Weidend beider blanke kudden,
Koutende langs ’t groenend veld.


Egon praatte ’t schoone meisje

Snaaksche herdersgrapjes voor;
En de jonge lieve schoone
Was ten eenemaal gehoor.


Beiden zien zy slechts elkander,
En wat rondom hen geschied
Ziet de herder niet door ’t spreken,
’t Meisje door het luistren niet.


Beider schoone, blanke schapen
Liepen door elkandren heen,
En, daar niets hen dit belette,
Dwaalden ze eindlyk gantsch door een.


’t Meisje ontdekte dit in ’t einde,

En op ’t eigenst oogenblik
Zegt zy ’t spoedig aan den herder,
Gantsch vervuld van vrees en schrik
.

Ieder zoekt terstond zyn schapen,

Doch, wat vlyt men ook betoon’,
Geene kon die onderscheiden:
Allen waren ze even schoon.


‘Ach,’ dus sprak het bevend meisje,

Zuchtend, schreijend, keer om keer:
‘Ach! wat zal ik toch beginnen?
Hoe vind ik myn schapen weêr?

‘’k Weet’, dus sprak de vlugge herder,

‘’k Weet een middel, lieve meid!
Dat uw droefheid kan verdryven
En my niets dan vreugd bereid,


Laat het huwlyk ons verbinden:

Dit is ’t middel, anders geen:
Beider goed hoort dan ons samen,
Beider kudde word dan één.’


’t Meisje ziet den knaap in de oogen:

Deze raad verzoet haar smart;
Egon strekt zyne armen open,
Licida zinkt aan zyn hart.


‘Als ’t my’, zegt de blyde herder,

‘Immer weêr te binnen schiet
Herdersgrapjes te vertellen,
Dan vergeet ik ’t onze niet.’


Hendrik Tollens (1780-1856)
uit: Proeve van minnezangen en idyllen. Deel 1(1800)



zaterdag 14 april 2018


Zaterdag
14
april


All you can eat
1.
Dat is genoeglijk zeg
Uitgebreid tafelen
Lekker gezellig en
Bijna voor nop

Hiep hiep hoera voor het
All-you-can-eat-buffet
Schaamteloos schep ik
M’n bord maar eens op

2.
Bord maar eens opscheppen
Hop naar het viskraampje
Lekker een paling
Een schol en een schar

Strakjes dan pak ik die
Boerengehaktschnitzel
Eerst maar een biertje
Dus op naar de bar

3.
Op naar de barbecue
Wat zal de keuze zijn
Vlees van het varken
Het lam of de os?

Weet je, ik ga voor die
Casselerribkluifjes
Gaandeweg maak ik
Mijn broekriem reeds los

4.
Broekriem reeds losgemaakt
Terug naar de vleesbalie
En naar het bier
Op het buitenterras

Kijk eens wat heerlijk, een
Peperhacheeschotel
Tijd voor mijn zesde
En zevende glas

5.
Zevende glas geleegd
Heb ik mijn taks bereikt?
Nee joh, straks loop ik
Weer snel naar het fust

Is er nog plaats voor een
Dönerkebabbroodje?
Tuurlijk! Zo niet?
Neem ik eventjes rust

6.
Eventjes rustpauze
Klein beetje uitbuiken
Daarom verkies ik
Die sorbet maar niet

Later wellicht nog wat
Stracciatella-ijs
Want de formule blijft
‘All you can eat’

7.
All-you-can-eat-buffet
Boerengehaktschnitzel
Casselerribkluifjes
(Fles uit de kroeg)

Peperhacheeschotel
Dönerkebabbroodje
Stracciatella-ijs
Dat is genoeg!

Remko Koplamp



vrijdag 13 april 2018


Vrijdag
13
april

De zomerwei 


De zomerwei des
ochtends vroeg.

En op een zuchtje
dat hem droeg

vliegt een geel
vlindertje voorbij.

Heer, had het 
hierbij maar gelaten.

M.Vasalis (1909-1998)



donderdag 12 april 2018


Donderdag
12
april

ZIEKENBEZOEK
Mijn vader had een uur lang zitten zwijgen bij mijn bed.
Toen hij zijn hoed had opgezet
zei ik, nou, dit gesprek
is makkelijk te resumeren.
Nee, zei hij, nee toch niet,
je moet het maar eens proberen.

Judith Herzberg (1934)
Uit: Beemdgras (1968)