zondag 14 januari 2018

Zondag
14
januari

Portret Theodora van B.

De vrouw, die ordent in het ochtendlicht
bloemen, instrumentarium en boek,
tipt nog een droppel met een witte doek
en stelt de stoel, die stijgt zonder gewicht.

De morgenruiker houdt nog knoppen dicht.
De kamer wacht, gereed, het vroeg bezoek.
Het nadert, kaatseballend, om de hoek:
het kind komt binnen met een fris gezicht.

Er is bedrijvigheid. Het vult het glas
en zet zich ernstig in de goede stand.
Het wacht de handelingen die het kent.


Tussen zacht babbelen tikt het instrument.
Zij wonen samen in dit veilig land.
Het blonde kind. De vrouw in witte jas.

Ida Gerhardt, 1905-1997
 uit De slechtvalk


zaterdag 13 januari 2018

Zaterdag
13
januari



Mijn vriend, weet gij niet
Dat al wat wij hier zien
Een weerschijn slechts, een schaduw is
Van wat ons oog niet schouwen kan?

Mijn vriend, hoort gij niet
In elk geluid dat ons bereikt
Een zwakke echo slechts, een weerklank
Van een volmaakte symfonie?

Mijn vriend, kunt ge ook niet vermoeden
Dat maar één ding op aarde belangrijk is:
In een stille groet
Worden twee harten één.

We kwamen niet tevergeefs tesaam,
Niet tevergeefs fluistert als in
Laaiend vuur mijn passie.
Het bedwingen van dit vuur
Staat dat niet borg
kracht der Schepping?

In de hete donk’re krochten
Stromen de wilde golven
Van eeuwige liefde.
Uit de hitte van de kerker
Breng ik van de fladderende Feniks
Jou de veer.

Licht uit nacht. Uit het aardedonker
Kan jouw rozenpracht niet glanzend opstijgen,
Als  in dit troebele duister
Niet diep ingebed zat
Jouw oorspronkelijke macht.






Wladimir Sergewitsch Solowjow (1853-1900)
Uit: Ernste Gedichten
Duits:  Johannes von Guenther, (1886 - 1973)
Vertaling strofe 1 en 2: Jan Romkes van der Wal (Pylgeralmanak, pastoor te Bolsward) (?)
Vertaling overige strofen: Frans Woortmeijer, m.m.v. Ari van Buuren

donderdag 11 januari 2018

Donderdag
11
januari

De tevreden mens

Begroet dit lied met jubel en geklap,
Kom  rap  naar voren in een bonte stoet
En stap hier binnen vrolijk van gemoed
Het doet u goed: het wijnvat en de tap.

Behoed  u wel voor té veel wetenschap,
Betrap  u niet op ontrouw aan uw goed.
Een grap en soms een pluimpje op uw hoed
Verzoet uw geest, als zuiver druivensap.

Je leven is toch echt wel te benijden.
Zo’n feest is het in tijden niet geweest,
Maar lijden is er altijd mee verweven.

Met opgeheven hoofd jezelf bevrijden.
Je geest heeft nooit een donk’re dag gevreesd.
Bescheiden zorgen worden weg gewreven.

Frans Woortmeijer

uit: Sonnetten voor dummies

woensdag 10 januari 2018

Woensdag
10
januari

Bijbelse kwatrijnen II

Mozes splijt water

Kom ik naar water toe gelopen
Gaat het spontaan opzij
Een kaartje voor het zwembad kopen
Is er dus niet meer bij
als kleine baby al
was hij een listig klantje
hij hield zijn luier droog
daar in dat rieten mandje    
Ben Hoogland



Bij Jezus ging ’t weer anders
Die weigerde zulk nat
En kreet ‘wel salamanders
Ik wil slechts wijn in bad’!   
Inge Boulonois




Otto van Gelder

dinsdag 9 januari 2018

Dinsdag
9
januari

Woestijn

Geen enkel raam dat werkt. De tocht der buitendeur
tot in de laatste hoek der schilferige gangen.
En zwijg van de wc’s. – Een nameloze geur
blijft veertig weken aan de klamme muren hangen.

Lokalen, vaalgeworden platen: vochtvlek, scheur.
Flarden gordijnen schuiven langs verroeste stangen.
Orpheus – met inktmop-ogen – slaakt zijn laatste zangen.
De Gratiën, kromgetrokken, oefenen horreur.

Zet u niet op die stoel; ge valt, als Eli, dood:
tussen de zitting en de leuning geen synthese –
Steun op de tafel niet: hij heeft een manke poot.

Wat op de banken staat, moet ge vooral niet lezen.
– Trek recht uw rug en arbeid voor uw dagelijks brood.
Gij kunt, aan dèze tucht, tot eerlijkheid genezen.


Ida Gerhardt,(1905-1997 )

uit: Sonnetten van een leraar

maandag 8 januari 2018

Maandag
8
januari

In Servië maakte men in het geniep
een plan dat ten slotte op oorlog uitliep.
Eén deelnemer heette Gavrilo Princip.

Naar Bosnië’s hoofdstad toog heel de equipe.
De kroonprins zou komen, tezaam met zijn miep.
Die twee moesten dood, vond Gavrilo Princip.

Het paar zag de hoofdstad vanuit een soort jeep.
Toen vloog er een bom met geweldige zwiep
gegooid door een maat van Gavrilo Princip.

De kroonprins reed weg met veel bandengepiep.
De wagen moest verderop keren. Dat schiep
een mogelijkheid voor Gavrilo Princip.

“Sofietje, niet doodgaan!” Maar hoe Franz ook riep,
zij stierf door het schot. Ook de kroonprins ontsliep.
Het plan was geslaagd door Gavrilo Princip.

De Serviërs juichten uitbundig: “Hiep,hiep”.
Heel Oostenrijk riep: “Hang hem op aan een iep”.
Hij stierf aan de tering, Gavrilo Princip.

Het is wat beknopt wat ik hier voor u typ.
Dus zoek vooral verder in Google of bieb
voor heel het verhaal van Gavrilo Princip.


Niels Blomberg

zondag 7 januari 2018

Zondag
7
januari

Rupert Brooke (1887-1915)

Dus HIER zou de conclusie moeten staan,
Maar dat staat wel wat raar zo bovenaan.

Men zegt dat Rupert Brooke het ding bedacht,
Al zijn er ook wel lui die dit ontkennen.
Hij werd als Engels dichter hoog geacht,
Dus was zo’n grapje echt wel even wennen.

Hij reisde door Europa, de VS
En meldde zich bijtijds bij de marine.
Hier kreeg hij in het oorlog voeren les
En en passant in drank en nicotine.

De oorlog in en wel als frontsoldaat!
Op expeditie naar de Dardanellen
Crepeerde hij, 't was geen mortiergranaat:
Een muggenbeet – godbetert- zou hem  vellen.

Frans Woortmeijer

uit: sonnetten voor dummies