donderdag 18 juli 2013

Donderdag
18
Juli
DE GRIJSAARD EN DE JONGELING 

Grootsch en meeslepend wil ik leven! 
Hoort ge dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis! 
“ga dan niet ver van huis, 
en weer vooral het gespuis van vrouwen buiten uw hart, 
weer het al uit uw kamer; laat alles wat tot u komt 
onder grote en oorlogszuchtige namen 
buiten uw raam in den regen staan: 
het is slecht te vertrouwen en niets gedaan’. 
Alleen het geruisch 
Van uw bloed en van uw hart het gehamer 

Vervulle uw lichaam, verstaat ge, uw leven, uw kluis
Zwicht nooit voor lippen: 
Samenzijn is een leugen en alle kussen verraad; 
Alleen een hart dat tegen eigen ribben slaat 
Is een zuiver hart op een zuivere maat. 
Zie naar mijzelf, ik heb in mijn jeugd 
Mijn leven verslingerd aan duizend dingen 
Van felle en vurige namen, oproeren, liefdes 
En wat is het alles tezamen nu nog geweest? 
Over hoeveel zal ik mij niet blijven schamen 
En hoeveel is er dat misschien nooit geneest? 
De jongen kijkt door de geopende ramen 
Waarlangs de wereld slaat; zonder zich te beraden 
Stapt hij de deur uit, helder en zonder vrees. 


H. Marsman (1899-1940)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen