zaterdag 2 januari 2021

 

zaterdag

2

januari

 

Nieuw Licht

Kom hier en luister
naar wat ik
jullie te zeggen
heb. Het is heel
wat, dus let
goed op.

Ik heb nieuws.
Groot Nieuws.

Want wij zijn
hier en nu bij
elkaar gekomen
om kennis te
nemen van
het volgende.

Ik verkondig
jullie de nieuwe
koe. De nieuwe
koe kan dansen,
zingen en schoon­-
maken. Zij kan
koken voor het hele
gezin. Ze is ook
handig op vakantie
en kan gewoon mee
op de achterbank.

Als je aan haar
staart trekt draagt
ze een gedicht
voor en in haar
vrije tijd doet ze
afwisselend aan
tennissen en
touwtje springen.

Ik weet niet wie
de nieuwe koe
bedacht heeft
en ik ben ook
de oude koe
nog niet vergeten,
maar de nieuwe
koe, o die nieuwe
koe, ik ben er gek
op en ik hoop dat
ik jullie van haar
innovatieve kracht
heb kunnen
overtuigen.

Jazeker, ik ben
het volkomen met
u eens, het
verleden was zeker
prachtig maar we
moeten er vanavond
nog afscheid van
nemen omdat ze
onherroepelijk
voorbij is

Maak daarom nu
uw keuze voor de
toekomst en
laat nieuwe
winden waaien
over nieuw land

eet nieuw gras
in nieuwe velden

in een nieuw licht




Sako Kiers

woensdag 30 december 2020

woensdag

30

december

 

Vaccineren kun je leren

 

Met trots mogen we heden annonceren

Dat we de 8e echt gaan vaccineren

Maar eerst de ICT implementeren

De spuiten en de flesjes registreren

En de gebruiksaanwijzing controleren

De regio’s zorgvuldig selecteren

Eens zien waar we de vrachtauto’s parkeren

Dan moeten we de brieven nog frankeren

En nieuwe medewerkers instrueren

Vervolgens rij- en looproutes formeren

Voorkomen dat men wat loopt te flaneren

Er valt nog wel wat draagvlak te creëren

Daarvoor gaan we een taskforce installeren

Met werkgroepen die mogen delegeren

Een stuurgroep kan dat weer coördineren

Met Hoofden om de zaak te fiatteren

Wanneer we alles zo gaan structureren

Zit niemand straks met de gebakken peren

En Hugo heeft zich laten inviteren

Om bij het eerste prikje te poseren

Bij voorbaat een succes dat injecteren

Dat kunnen we tevreden constateren

Straks bij het tussentijds evalueren

 

Niek Kalberg

maandag 21 december 2020

 Maandag 

21

december

 

Vrienden! ziet, het jaar vlugt heên;
’t Spoedt zich voort met rassche schreên;
Ziet het snel naar d’eindpaal jagen;
’t Meet zijn during slechts bij dagen;
Maar, aleer het scheiden mag,
Brengt het ons den kortsten dag.


• 

W.H. Warnsinck  (1782-1857)




zaterdag 19 december 2020

 

Zaterdag 

19

december

 

Stil en heilig sonnet

waarin we kerst in lockdown vieren

 

De stille nacht wordt nogal stil dit jaar.

Met dank aan zwarte vrijdag, ondoordacht

gedrag en de verplichte koopjesjacht

komt nu het groepsgourmetten in gevaar.

 

Wat zijn we zonder meubelboulevard,

familieruzie, kookstress, maagtabletten,

verplichtingen en nog meer kerstbanketten?

Het wordt een nutteloze kerst dit jaar.

 

De stille nacht wordt heiliger dan ooit.

We worden teruggeflitst naar het jaar nul.

De eerste keer was ook een sober feest.

 

In het gevang van ons comfort gekooid

zijn wij van wereld met zijn flauwekul

bevrijd terwijl de stilte ons geneest.

 

Ilja Leonard Pfeijffer




vrijdag 18 december 2020

 

Vrijdag 

18

december

 

 

Vakantie In Nederland

Weet u misschien waar Tinte ligt
Of Nietap, Wapse, Zwingelspaan
Of Oldetrijner, Oversticht
Tjamsweer of Tijenraan

En zocht u ooit naar Zalk, Zilk, Ziek
Naar Beesd, naar Dorregeest of Deest
Terhull, Termaar of naar Terdiek
Naar Oegst- of Luttelgeest

Weet u de weg naar Muggenbeet
Naar Achterzinderen, Doodstil
Naar Wapse, Oventje of Reeth
Cabouw, Enumatil

Zeg, zocht u ooit naar Ee of Rhee
Naar Bedaf, Zegge, Koewacht, Ool
Naar Hee, naar Lhee, of naar Ohé
Terwispel of Terzool

Bezocht u ooit eens Eén, Drie, Acht
Of Koedood, Peize of Piaam
De Wacht, of Gracht, misschien Terwacht
Of Biert, Pasop of Chaam

Maar zoekt u nu naar Boekelo

Die ligt nog in zijn liesjemo

 

Bas Boekelo




zondag 13 december 2020

 

Zondag 

13

december

 

't Was buiten stoffig, warm en druk

't Was buiten stoffig, warm en druk

Door 't heete zonneschijnen,

Maar ik zat neer in stil geluk

Achter de dichte gordijnen,

In 't rustig, gedempte licht

Dacht ik alleen aan mijn doel en mijn plicht.

 

Maar toen zij de kamer binnentrad,

Waar ik stil te werken zat,

Over mijn boeken gebogen,

Toen viel een straal van het zonnelicht,

Over mijn werk en mijn aangezicht

En schitterde in mijn oogen.

 

Ik zag haar in het zonlicht staan,

Ik keek haar stil verwijtend aan

En smeekte: "Laat mij met vrede,

Ik kan, ik mag niet met u gaan".

Toen sprak ze zacht: "Kom mede".

Zij wenkte mij met streng gebaar,

Toen stond ik op en volgde haar,

Maar slechts met loome schreden.

En door het groote oude bosch,

Dat blonk in gouden najaarsdos,

Liepen we samen te dwalen,

Zij liet mijn gevangen hand niet los,

Maar troonde mij mee met verhalen.

 

Maar toen ik mijn kamer weder betrad,

Toen haatte ik haar die ik lief had gehad,

Ik zette mij neer bij het open gordijn

En ik wist maar één ding: dat ik vrij wilde zijn.

 

Ik vreesde, dat ze vóór den nacht,

Nog eens zou wederkomen,

Om in de stille avondpracht

Met mij te loopen droomen,

En op verdediging bedacht,

Heb ik een wapen genomen,

Het wapen der zwakheid tegen kracht,

Der onmacht tegen overmacht,

Met een steen en een slinger heb ik gewacht,

Of ze ook zou wederkomen.

 

En toen het avond geworden was,

Toen zag ik van ver op het donkere gras,

Een lichte gedaante die nadertrad

En die ik zoo lief, o! zo lief had gehad,

Zij scheen mij reiner en schooner dan ooit,

Het lichtblonde haar was met bloemen getooid

En schitterend wit was haar slepend gewaad,

En donker haar oogen en blank haar gelaat,

Haar oogen waren zóó diep, zóó zacht

Als een heldere, warme najaarsnacht.

 

Ik zond haar van verre mijn welkomstgroet,

Ik liep haar langzaam tegemoet,

Toen greep ik een steen en ik mikte goed

En van haar voorhoofd druppelde bloed....

Zij viel in de struiken, dood en zwaar,

De takken sloten zich boven haar.

 

En ik ben stil naar binnen gegaan

En sloot de gordijnen weder,

Ik stak mijn kleine studeerlamp aan

En zette mij rustig neder,

Ik werkte voortaan ongestoord

Aan 't werk, dat ik mijn plicht dacht, voort.

 

En eindelijk, op een winternacht,

Had ik mijn zware taak volbracht,

Toen heb ik weer aan haar gedacht

Met nameloos groot verlangen,

Een groote angst voor de eenzaamheid

En voor den langen, leegen tijd

Heeft toen mijn hart bevangen,

En in mijn droefheid, bang en groot,

Riep ik tot haar, maar zij was dood!

"Vergeef mij, ik dwaalde, ik weet het nu,

Ik kan niet leven zonder U,

Het eenige, dat ik niet geven mocht,

Dat heb ik weggegeven,

Het doel, dat ik met mijn arbeid zocht,

Ik heb het veel te duur gekocht,

Ik kan zonder U niet leven!"

 

Toen keek ik op en zag haar staan,

Haar donkere oogen zagen mij aan,

Met innig medelijden,

Ze trok mijn hoofdje aan haar borst,

Vanwaar 'k niet tot haar opzien dorst,

Maar stil mijn vonnis beidde....

"Kan ik die droeve ogen zien,

Die arem, moede oogen,

Kan ik de bleeke wangen zien

Zonder mededoogen?

 

Die zilveren draden door 't lokkenblond,

Die rimpels, die sporen van lijden?"

Ze drukte mij zachtkens een kus op den mond,

Ik boog het hoofd en schreide.

 

Jacqueline van der Waals (1868-1922)




 

zaterdag 12 december 2020


Zaterdag 

12

december

 

Zij die gaan sterven

Beseft het laatste dier nog wat voor dier hij was?
Zal hij te rechter tijd nog in het water kijken
en, enig in zijn soort, met niets te vergelijken
de laatste partner vinden onderin een plas?

Als hij haar dorstig aanraakt, spat het spiegelglas
zodat de ander plots een zelfportret zal blijken.
Hoe tragisch het zou zijn, het zou hem ook verrijken
je eigen kop te kennen komt immers van pas.

Voortaan zal hij bevroeden wat voor lief te zoeken:
vier poten, zachte wangen en een slanke nek.
Ja, vader zal hij worden, zij een prachtig moeke.

Helaas het zoeken eindigt in een hok met hek
in observatieruimten en notitieboeken.
Want hij is echt de laatste, er is geen comeback.



Els de Groen (1949)
uit: Hebben mollen weet van zonsondergangen? (2020)