maandag 23 juli 2012


Woensdag
25
Juli

DENKEND AAN NEESKENS
Denkend aan Neeskens 
zie ik benen als lieren 
traag door oneindig 
grasland gaan, 
bundels oneindig 
zwellende spieren 
als rode pluimen 
in zijn armen staan, 
en in de geweldige 
ruimte daarachter 
zijn tegenstanders 
verspreid op het land: 
halflinies, spitsen 
geknotte stoppers, 
kermend en kronkelend 
in vers verband. 
Zijn adem gaat zwaar 
en zijn grommende vloek wordt 
in Fadroncs troostende 
armen gesmoord, 
maar in heel de wereld 
wordt het blonde gevaarte 
met zijn eeuwige dampen 
gevreesd en gehoord.
Michel v.d. Plas

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen