maandag 31 juli 2017

Maandag
31
juli


Uit Brabant

Melancholiek is 't klinken van de bellen 
Aan 't haam* van 't paard, dat stapvoets sloft in 't zand, 
Het opgeschoffeld stof zweeft naar de kant 
En gansche zwermen vliegen vergezellen 
Het beest, dat scheukt* en kopschudt van hun kwellen. 
De kop omlaag, door 't kwastig net omrand, 
Zo trekt het dier langs 't hooge dorre land 
De tweewielskar en blijft eentonig schellen*. 

En naast hem loopt de man, zijn evenbeeld, 
In 't grauwe kleed met sjokkig loomen gang. 
Verweerd zijn hoofd en haar, de hand vereelt 
Staag klapt de zweep, doch maakt zijn paard niet bang: 
Zij hebben saam te lang hun werk gedeeld 
En sukklen samen voort hun leven lang. 



Johannes B. Schepers (1865-1937)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen