maandag 20 mei 2019


maandag
20
mei

Psalm 1


Welzalig hij, die der godloozen
Gemeenschap mijdt, niet tot hun booze
Verbonden toetreedt, en geen vrind
Wil zijn van die Gods wetten hoonen,
Maar dag en nacht de Heeren schoone
Gebod bepeinst, betracht, bemint.

Hij is een boom die steeds kan pronken
Met jeugdig groen; zijn wortels dronken
Het leven uit een diepe gracht.
Zijn vrucht rijpt op gezette tijden. –
Die zich door Gods gebod laat leiden,
Vindt baat, bij al wat hij volbracht.

Maar ’t goddelooze volk der dwazen
Verstuift, als kaf omhoog geblazen.
Zij houden in’t gericht geen stand.
De Heer, de kenner der gerechten,
Zal uit hun midden al de slechten
Verdelgen met gestrenge hand.

Willem de Mérode 1932-1934



Geen opmerkingen:

Een reactie posten