maandag
16
maart
De reis
Vaarwel, kortstondig leven, handvol dagen,
ik wacht op het perron, mijn kraag omhoog,
ginds komt de trein door de berookte boog
om in het duister met mij heen te jagen.
Dit is het einde van mijn aardse plagen
het schaars geluk dat spiegelde en bedroog,
het ongeluk dat immer zwaarder woog,
ik hoef ze beide langer niet te dragen.
Mijn leven was gelijk een dag van Leugen,
wat bleef er van in mijn verzwakte geheugen
dan het verlangen naar een beter lot?…
Mijn moede voet stijgt langs de lutt’le treden,
de Leugen lacht mij toe, maar beneden:
ik reis gerust, – de Waarheid is bij God …
François
Pauwels (1888-1966)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten