dinsdag 24 maart 2015


Woensdag

25

maart


Wie het weet mag het zeggen

Vertel mij eens, wat is nu poëzie,
ik zou het alle donder echt niet weten.
In elk geval is het geen causerie
want daarvoor is de luim te schraal bemeten.

Is het soms letterkundige magie
wat dichters produceren aan excreten?
Vertel mij eens, wat is nu poëzie,
ik zou het alle donder echt niet weten.

Misschien is het een vlaag van agonie
waarin de dichter koortsig en bezeten
de strofen schrijft die louter door estheten
begrepen zijn als schone woord-chemie.
Ík zou het alle donder echt niet weten.


Adriaan van Dam



woensdag 18 maart 2015

Woensdag

18

maart


Geloof


Nu alles faalt, heeft dit alleen nog waarde
Voor mij, die nooit één waarheid heeft ontdekt;
Ik zal van U niet scheiden als deze aarde
Mijn pover lichaam dekt.

Ik heb maar één geloof: nooit gaat verloren
Wat eens de liefde zalig heeft bevrucht,
En waar er twee elkander toebehoren
Is zelfs de dood geen vlucht.

Jan van Nijlen (1884-1965)
Uit: verzamelde gedichten

Van Oorschot 2003



dinsdag 17 maart 2015

Dinsdag

17

maart


MIRLITON

Mijn vriend, als weldra de ouderdom
ons onherstelbaar heeft verzuurd,
als onze leden, goor en krom,
en enkel nog door jicht bestuurd,
verraden: „'t Is gans uitgevuurd",
zullen wij dan met stille trom
verdwijnen, langs een achterbuurt,
mijn vriend?

Dit wacht de fraaiste bruidegom:
de hardste munt raakt afgeschuurd,
en dit karkas, door ons gehuurd,
kruipt door ons vel en keert niet om
't Is wèl! Blijf tot uw laatste grom
mijn vriend!
Eddie du Perron

Uit: Parlando

maandag 16 maart 2015

Maandag

16

maart


NA 'T ZOETSTE WERK

Na 't zoetste werk is rusten méér dan zoet;
na woelge reizen lokt de stille haven.
Analfabeet en uitschot van de slaven,
die onverschillig in de bodem wroet,
na 't zoetste werk.

Het krullig haar, zwarter dan dat van raven,
is rustens bed na welvolbrachte spoed,
rustens gazon na 't hartverslijtend draven,
de kuil waar dood met liefde smelten moet,
na 't zoetste werk.

Prinses, al zijn uw lusten nog verwoed,
laat wie u laafde zich op zijn beurt laven
aan slaap alleen, al ware 't slaap voorgoed.
Geen zoeter smaak dan voorsmaak van de graven,
na 't zoetste werk.

Eddie du Perron

Uit: Parlando

zondag 15 maart 2015


Zondag


15


maart


DE BEDELAAR ONDER DE BOOM

Zie de oude leugnaar, die bretels verkoopt,
om niet te zeggen dat hij bedelt, staren.
Hij zit daar om zich weer bijeen te garen
en niet omdat hij op 't nirwana hoopt.

Als ooit op aarde een mens zichzelf ontloopt,
dan hij misschien, maar 't duurt al zestig jaren,
en zie met hoeveel zorg hij 't raaflend garen,
dat hij „jas" noemt, op zijn geraamte knoopt.

0, de oude leugnaar, 't mummelend kadaver!
eens reist hij verder toch dan een dolfijn,
't oude kavalje dat slechts droomt van haver.

Heer, geef een sterfbed koel en zonder pijn
zijn geel gelaat ligt diep dan in de klaver
aan de oude leugnaars die wij zullen zijn!


Eddie du Perron
Uit: Parlando

zaterdag 14 maart 2015

Zaterdag

14

maart


DE DOUAIRIÈRE

Een ronde schelp gelijk op een verlaten strand,
staat dageliks aan 't eind van een der lange lanen,
in glanzende peignoir met bloemen flamboyant,
mevrouw de barones Van Vueren tot Terlasne.

Haar brede boezem hoog, gespierd de kleine hand,
houdt zij chauffeur en tuinman zelfs in rechte banen,
en maakt, met hare drie -en-tachtig jaar, te schand
de boze geesten die haar wor'mstekig wanen.

Zij heeft een zilvren maag en eet slechts groente en ooft,
maar leest nog zonder bril en vult haar krullig hoofd
met beurtlings Paul de Kock en Het Toekomstig Leven.

Zij heeft nooit aan de min of aards geluk geloofd,
maar heeft geschreid toen de baron haar werd ontroofd,
en in een klare stijl haar testament geschreven.

Uit: Parlando

Eddie du Perron

donderdag 12 maart 2015

Donderdag

12

maart


WANDELING ZONDER MAAN

De grote mensen zijn naar bed gegaan.
Mijn lieve kind, wij zouden kunnen lopen
om 't huis, door 't donker, maar het hek staat open,
de straat op, onder een lantaren blijven staan.

Wij zouden kunnen zoeken naar de maan,
die als een spelbreker opeens is weggekropen.
Dit licht volstaat? maar 't trekt muskieten aan!
Kom mee, een voorraad karamellen kopen.

Een grote voorraad, groot voor wel twee uren.
't Is lang, twee uren, kind. Zou ooit wel duren
een vreugde langer? 'k Stel de vraag met pijn.

Dit zoete smelten op de tong moet sussen
de brand van onze lippen, want wij zijn te klein,
nietwaar, kind? om elkaar, twee uren door, te kussen.


Eddie du Perron