zondag 10 april 2016

zondag



10


april

Parijs-Roubaix

kasseien, regen, kou … een helse reis
‘La douce France’ ligt niet in het noorden
de beulen die hun eigen lijf vermoorden
betalen voor hun brood de hoogste prijs
ontvluchten zij een volger met een zeis
of is hier sprake van een groep gestoorden
die malend deze troosteloze oorden
verwisselt met het aardse paradijs
de winnaar juicht, krijgt knuffels van een miss
en schudt blijmoedig uitgestoken handen
vol onbegrip aanschouw ik het festijn
de meet ligt in een stad vol droefenis
Roubaix …mijn God, geen ziel wil er belanden
geen zinnig mens wil daar als eerste zijn


Daan de Ligt

(uit de bundel 'Gedichten uit de bezemwagen' - 2015)

zaterdag 9 april 2016

zaterdag



9


april



Ik zei altijd dat boeken je verrijken
Dat wie veel leest zijn geest wat fijner slijpt
Waardoor je gaandeweg steeds meer begrijpt
En breder naar wat mensen drijft gaat kijken

Ik dacht altijd dat wie de zin wil zoeken
Van waarom wij hier op de aarde zijn
En waarom wij weer sterven op termijn
Het antwoord op die vragen vindt in boeken

Ik wist het bijna zeker: zij die lezen
Die geven aan hun leven nieuwe glans
En hoeven voor zinloosheid niet te vrezen

Ik dacht: wie poëzie leest en romans
Zal ongetwijfeld best gelukkig wezen
Dus schrok ik van de keuze van Wim Brands


Hans Manders
Mijn foto

dinsdag 29 maart 2016

Dinsdag



29


maart


Wie ziet je zitten als je nergens bent

‘Leefde er op los als een miljonair,
smeet met mijn centen, niets ging me te ver,
nam al mijn vrienden mee uit aan de zwier,
eerste klas whisky, champagne en bier.

Toen ging het fout, stond ik alleen.
Weg, al mijn vrienden; waar kon ik heen?’
‘Als ik ooit nog een keer een paar gulden verdien,
dan krijgt die alleen mijn broekzak te zien.’

‘Wie ziet je zitten als je nergens bent.’
Geen rooie rotcent heb je te makken
en al je vrienden laten je  zakken

maar als je dan ooit weer eens iets verdient
is opeens iedereen weer een hele goeie ouwe vriend
‘Vreemd is het wel, maar niet onbekend:
dat niemand je ziet zitten als je nergens bent.’

Niemand ziet je zitten als je nergens bent


Huub van de Lubbe



"Nobody Knows You When You're Down And Out"

Well, once I lived the life of a millionaire,
spending my money, no, I didn't care
Takin' my friend out for a mighty good time
Buyin' high-priced liquor, champagne wine

Then one day I began to fall so low,
didn't have a friend, nor no place to go
If I get my hands on a dollar again
I'm goin' to hold on to it until the eagle grins

No, nobody knows you when you're down and out
In your pocket not one penny,
and your friends, well, you haven't any

Soon as I get back up on my feet again,
everybody wants to be your long lost friend
It's might strange, without a doubt
Nobody knows you when you're down and out

No, nobody knows you, honey, when you're down and out
In your pocket not one penny,
and your friends, well, you haven't any

Then you get back up on your feet again,
everybody wants to be your long lost friend
It's might strange without a doubt,
Nobody knows you when you're down and out

It's mighty strange, without a doubt
Nobody knows you when you're down and out
That's what I mean, honey, when you're down and out

Janis Joplin

maandag 28 maart 2016

Maandag



28


maart

Pulp


De houtpulp, die zo'n kleine honderd jaar
als drager dient voor al wat wordt geschreven,
begint het met de jaren te begeven,
dus vallen alle boeken uit elkaar.

De pulproman maar ook het meesterwerk,
want als de zure tand des tijds gaat zieken
stoort hij zich niet aan oordeel of kritieken,
die knaagt aan ieder genre even sterk.

En zonder wetenschappelijke hulp
zal ook dit rijm straks eindigen als pulp.

Jan Boerstoel,
uit: Veel werk,

Bert Bakker, Amsterdam, 2000

zondag 20 maart 2016

Zondag



20


maart


Wie heeft het kwaad geschapen?

O bron van hoop, o kiem van zwarte ellende!
Wie heeft het kwaad geschapen en den nood,
wie schimmel en het giftig duivelsbrood,
wie schurftig zaad, der driften dolle bende?

Wie haat en nijd, de paarse, de ongemende?
Wie ziekte en pest, en de angsten van den dood?
Wie wanhoop en verraad en 't gloeiend lood
des twijfels; wie den drang naar 't onbekende?

Wie heeft het kwaad omtooverd met genot,
en 't na doen sleepen rouw en walg en lijden?
Wie zond de straf en uitzicht op bevrijden?

Kom in deze onrust mij te hulp, mijn God;
ontsluit voor mij de poorten van 't begrijpen;
laat voor mijn ziel de vrucht der kennis rijpen.




Jef Mennekens (1877-1943)
uit:
 Chrysanten (1938)

zaterdag 19 maart 2016

Zaterdag



19


maart


Zichtkaart
Nu deze weken weer voorbij 
ritselen in hun morsbruine jassen 
en bomen oude briefjes sturen 
naar de zakken zaad van distels, 
mosterdplanten en de rest 
en steeds op hoop 
van minstens dertigvoudig vrucht,
nu mijn haren witter dan de mist 
en alles anders sinds ik me 
het eerste licht herinnerde, 
schrijf ik een mondvol 
ogenblikken op een blad
papier. Tijd is een hand 
die strooit. Er is een palm 
die wacht. En al die jaren 
zocht ik maar in wat rondom verschijnt. 
Vergeefs: wie nooit weg is, 
wordt niet gezien –
Inge Boulonois (1945)

uit: Idioom van Geluk

donderdag 17 maart 2016

 Donderdag



17


maart


Kraai & Roek

Bederf & rot zijn langzaam aan ’t ontwaken
en door de schoorsteen klinkt de holle roep
van najaarswind terwijl de erwtensoep
flink ingedikt op stoom begint te raken.

Een oude held gaat bij gebrek aan draken
de strijd aan met het herfstblad op zijn stoep,
een dichter zit te midden van die troep
een muf product van najaarsleed te maken.

Hij zou wel over lente willen zingen
maar woorden raken halverwege zoek
of zijn niet uit zijn strottenhoofd te wringen,

gevangen tussen jammerklacht & vloek
noteert hij de teloorgang van de dingen
in teksten voor het duo Kraai & Roek.


Otto van Gelder