zondag 27 juli 2014

Zondag
27
juli

Ich haaj fan dy

Je t’aime, I love you
Je t’aime, I love you
Je t’aime, I love you
Ich liebe dich

'Eu te amo' is Portugees
'Unë të dua' Albanees
'T ‘estimo' zegke ze in ’t Catalaans
'Jeg elsker dig' is dan weer Deens
'Te iubesc' Roemeens
'Mən səni sevirəm' Azerbeizjaans

Ik hâld fan dy
Ich haaj van dich
Oeral op de wrâld
Ich haaj van dich

'Ana tanbrik' is Marokkaans
'Te amo' zegke ze in ’t Spaans
'Mi lobbi you' is dan weer Creools
'Maite zaitut' is Bakisch
'Volim te' is Bosnisch 
'Kocham cie' fluustere ze in ’t Pools

Ik hâld fan dy
Ich haaj van dich
Oeral op de wrâld
Ich haaj van dich

Je t’aime
’N paar kleine woordjes maar 
I love you
Maken ’n wereld van verschil
Ich liebe dich 
Je t’aime 
Die paar woordjes maar
I love you
Die elk mens horen wil

Je t’aime, I love you
Je t’aime, I love you
Je t’aime, I love you

Ich haaj van dich
Ik hâld fan dy
Euveral op de waereld 
Ik hâld fan dy

Seni seviyorum
Everywhere on earth
Ich haaj van dich


Tekst en muziek: Syb van der Ploeg, Gé Reinders, Wiebe Kaspers

zondag 20 juli 2014

Zondag
20
juli


In memoriam mijzelf

Door vijanden omringd,
Door vrienden in den nood
Geschuwd als aas dat stinkt,
Houd ik mij lachend groot,
Al is mijn ziel verminkt,
Mijn lijf voor driekwart dood.

In 't leven was geen dag
Ooit zonder tegenspoed.
Ik leed kwaad en deed goed;
Dat is een hard gelag.
Nu, in verloren slag.
Strijd ik met starren moed.

Bedekt met sneeuw en ijs,
Getooid door menig lijk
Van wie de dwaze reis
Deed naar mijn innerlijk,
Eens vroeg licht als Parijs,
Nu het poolgebied gelijk.

Ik laat geen gave na,
Verniel wat ik volbracht;
Ik vraag om geen gena,
Vloek voor- en nageslacht;
Zij liggen waar ik sta,
Lachend de dood verwacht.

Ik deins niet voor de grens,
Nam afscheid van geen mensch,
Toch heb ik nog een wens,
Dat men mij na zal geven;
“Het goede deed hij slecht,
beleed het kwaad oprecht,
Hij stierf in het gevecht,
Hij leidde recht en slecht


J.Slauerhoff (1898-1936)

vrijdag 18 juli 2014


Donderdag


17


juli




Te gek man, de vakantie komt er aan
-een jaar hard werken sloopt de geest geducht-
Hij weet al waar hij straks naar toe zal gaan:
’t wordt een exotisch tropisch klein gehucht.

’t Is niet ver bij de evenaar vandaan,
er wacht hem dus een hele lange vlucht.
Hij weet precies waar hij naar toe zal gaan:
’t is een idyllisch tropisch klein gehucht.

Hij voelt zich weer content met het bestaan
op negenduizend meter in de lucht.
Ja eindelijk is hij op reis gegaan
naar dat idyllisch tropisch klein gehucht.

Een projectiel schiet in de vliegtuigbaan
met resultaat een schokkende echec.
Zijn vlucht kwam nooit in Kuala Lumpur aan
en dat vanwege een of andere gek.


Adriaan van Dam

donderdag 3 juli 2014

Donderdag

3
juli



“ik was je kwijt voordat ik je bezat”



Ik was je kwijt voordat ik je bezat
Ik mocht je in het rijwielhuis bestellen
En als je klaar was zouden ze me bellen
Toen dat gebeurde bleek al na drie tellen
Dat jij een paar uur eerder was gejat

Ik was je kwijt voordat ik je bezat
De fietsenbaas die haastig aan kwam snellen
Probeerde mij al kermend te vertellen
Dat de politie nog geen dader had gevat

Ik was je kwijt voordat ik je bezat
Dus was de vraag die mij het meest deed kwellen
Wie was de boef die nu mijn rijwiel had

Mijn fietsersloopbaan startte met valsplat
Ik was je kwijt voordat ik je bezat



Bas Boekelo
Het krimpsonnet is bedacht door Niels Blomberg

refreinregel uit ‘Dit alles’ van J. P. Rawie

zondag 29 juni 2014

Zondag
29
juni

De oude kroeg


Ik houd zozeer van die verlaten kroegen
buiten de stad in het namiddaguur,
men droomt er rustig, wachtend op den vroegen
schemeravond, naast een gezellig vuur.
Sedert een eeuw misschien ligt hier wit zand
op de geschuurde en uitgesleten planken.
Alles is oud, de stoelen en de blanke
tafels. Dit is een huis, een vaderland.

'k Zie door het raam een tuin die druipt van regen,
de winterlucht is mistig, grijs en geel,
en alles wat ik lijdzaam heb verzwegen
dringt plots in kroppend snikken naar mijn keel.

En toch ben ik gelukkig, want nooit kende
mijn jeugd den vrede die ik nu gevoel;
'k weet mij nu nader bij mijn menslijk doel:
de dood, maar zonder 't masker der ellende.

Jan van Nijlen (1884-1965)

Uit: Verzamelde Gedichten

donderdag 26 juni 2014

Donderdag

26
juni

Geloof

Nu alles faalt, heeft dit alleen nog waarde
Voor mij, die nooit één waarheid heeft ontdekt;
Ik zal van U niet scheiden als deze aarde
Mijn pover lichaam dekt.
Ik heb maar één geloof: nooit gaat verloren
Wat eens de liefde zalig heeft bevrucht,
En waar er twee elkander toebehoren
Is zelfs de dood geen vlucht.

Jan van Nijlen (1884-1965)
Uit: verzamelde gedichten

zondag 22 juni 2014

Zondag
22
juni

als ik de waterpijp hoor borr'len
en Gorkum rijst van ver
zo voel ik mij gelijk een koning
mijn kroon een koude ster
en als dan nog van hier of ginder
muziek mijn alziend oor bereikt
dan is het of klaroenen klinken
en Nero zacht de snaren strijkt
zo voel ik mij als God in Frankrijk
een vorst van eeuwen her
als ik de waterpijp hoor borr'len
en Gorkum rijst van ver





Jules Deelder (1944)
uit: Gloria satoria (1969)