zaterdag 16 juli 2022

 

zaterdag

16

Juli

Aquarium

In scheemrig groen stukje van de oceaan
zweeft als een schim het zeedier, transparant:
zich zelf vergetend, ziet door glazen wand
de mensengeest ’t ontzaglijk wonder aan,

hoe ’t zieltje, dat in elk trillend orgaan,
teer van doorschijnendheid, onzichtbaar brandt,
’t vreemd, glazen vogeltje zijn fijn als kant
geweven vleugeltje golvend doet slaan.

Zo drijft mijn vers in mij, zelf deel van God;
en iets, dat met verstand en weten spot,
verbergt zich in kunst’ge doorschijnendheid;

en wie het leest, voelt, voor één ogenblik
verplaatst buiten de grenzen van zijn Ik,
trillen ’t mysterie van zijn eeuwigheid.




J.A. Dèr Mouw (1863-1919)



woensdag 29 juni 2022

 

woensdag

29

Juni

Rondgang door het jaar (II)

Het schoonste, wat ik weet in de natuur,
dat zijn de wolken, als zij het licht drage’ in
hun flanken en zich in de lichtzee wagen,
onbekommerde zeilers zilverpuur.

Hun edele vormen, die nooit verstarren,
maar altijd weer in andere verglijden,
hun stoeten, die zich warren en ontwarren,
als menschlijk gebeure’ in bewogen tijden,

zij maken de ziel blij met hun genade.
Hun diepe grotte’ en stoute steigeringen,
beelden zuiverder dan alle andre dingen
het rijk der ziel, de moeder van de daden.




Henriette Roland Holst (1869-1952)
uit: 
Tusschen tijd en eeuwigheid (1934)



maandag 20 juni 2022

 

maandag

20

Juni

 

Ik wil vandaag een reiskostuum gaan kopen
in ’t ‘Huis voor Heren’ in de Kalverstraat.
Terwijl ik bezig ben de jas te knopen
en in de spiegel kijk hoe ’t pak mij staat
— u kunt het sluiten, maar men draagt het open,
zegt de bediende, die mij gadeslaat —,
zie ik, terwijl ik achteruit wil lopen,
een vreemde man staan in een zwart gewaad.

— Wie is hij? denk ik, als hij dóór mij gaat
en vóór mij is en in de spiegel staat,
als ik zijn ogen zie, van bloed belopen.

De achtertuin door, langs de vuilnishopen,
bang voor mezelf, ben ik in huis geslopen
en hang de spiegels om, waarin hij staat.




Ed Hoornik (1910-1970)
uit: Requiem (1938)




maandag 2 mei 2022

 

maandag

2

mei

Mei

In de maand Mei verzoek ik u te aanvaarden

Een invitatie voor een volkstournooi,

Waar boerenkinkels vechten voor een fooi,

Op muildieren en kreup'le karrepaarden;

 

't Groot bal na afloop gaat allengs ontaarden

In knokken en gezuip van 't laagst allooi

En daarna stinkt naar zweet de hele zooi

Zo sterk, dat het de lucht verpest op aarde.

 

Andere dorpelingen weer verlangen

Stamppot van knoflook, peen en uien samen,

Welk feestgerecht zij met gejuich ontvangen;

 

Mesthopen liggen vlak voor alle ramen,

Oumannen kussen vrijsters op de wangen,

't Is alles vee en varkens wat ze uitkramen.

 

Cenne de la Chitarra

zondag 1 mei 2022

 

zondag

1

mei

 

Mei

 

Ik geef je in mei renpaarden voor toernooien,

die rap gehoorzamen aan elk bevel,

beproefde dravers, kleppers fier en snel

met rinkelende borst- en voorhoofdstooien,

 

en rijkdom van bekleding die in plooien

van zijde valt, met kleuren bont en fel,

banier, blazoen en schild van 't ridderspel

en oogverblindend schoon van bloemenstrooien.

 

Kapotbreken van lansen en van stangen,

guirlandes die van de balkons afdalen,

en sinaasappelen om op te vangen;

 

jongens en meisjes die elkaar onthalen

met kussen op de mond en op de wangen

en louter levenslust en liefde uitstralen.

 

 

Folgore da San Gimignano

zaterdag 23 april 2022

 

zaterdag

23

april

 

 

swypsturtsjes en haptonema

it begûn mei swypsturtsjes en haptonema fan de algen dy’t nei de meteoryt net
langer fan de sinne libje koenen. sy moasten yn beweging komme en op jacht,
lies ik yn ’e krante fan ’e moarne. ik makke der in foto fan, appte dy nei heidi.

ik miende dat it angst wie dy’t ús fuorret, betocht in teory dy’t de woartels fan
alle argewaasje yn ’e wrâld plante, yn ’e oerbefolking, de oerproduksje en it
massale wantrouwen nei inoar en de ynstitúsjes, in kontinuë allergy dy’t wy yn
stân hâlde

dat we tefolle bern krije sadat der genôch oerbliuwe om de leppels brij nei ús
sloppe mûlen te tillen letter, paste yn myn fynst. Dat we ús oan de tosken ta
bewapenje en in arsenaal oan middels ûntwikkelje litte om by de buorlju de saak
yn ’e war te stjoeren en dat net dogge út haat mar út angst, koe der moai by.

allegear omdat ik oer de algen lies en it alle moarnen op ’e senuwen krij as ik
my ûnder de minsken bejou dy’t op jacht binne. heidi soe it mear opfallen wêze
dat de algen neidat de sinnestrielen wer troch de jiske hinne batsten, stadichoan
de jacht staakten en op ’e nij fan it ljocht libben.

••

zweepstaartjes en haptonema

het begon met zweepstaartjes en haptonema van algen die na de meteoriet niet
langer van de zon konden leven. ze moesten in beweging komen en op jacht, las
ik in de krant vanochtend. ik maakte er een foto van, appte die naar heidi.

ik dacht dat het angst was die ons voert, kwam met een theorie die de wortels
van alle problemen in de wereld plantte, in de overbevolking, de overproductie
en het massale wantrouwen naar elkaar en de instituties, een continue allergie
die we in stand houden

dat we te veel kinderen krijgen zodat er genoeg overblijven om de lepels met
pap naar onze slappe monden te bewegen later, paste bij mijn vondst. dat we
ons tot de tanden toe bewapenen en een arsenaal aan middelen laten ontwik-
kelen om bij de buren de zaak in de war te sturen en dat niet doen uit haat maar
uit angst, kon er mooi bij.

allemaal omdat ik over de algen las en omdat ik het elke ochtend op mijn
zenuwen krijg als ik mij onder de mensen begeef die op jacht zijn. heidi zou het
meer opgevallen zijn dat de algen nadat de zonnestralen weer door de as heen
schoten, langzaam de jacht staakten en opnieuw van het licht leefden.




Tsead Bruinja (1974)
uit: ynbêde / ingebed (2022)