maandag 12 januari 2026

 

zondag

11

Januari

 

Week van de vertalingen

Job 38: God stelt vragen aan Job

En God sprak tot Job uit een nevel en storm:

“Wat twijfel je nu aan mijn wijsheid en kennis

Je weet niet veel, maakt er enorme stennis.

Je zegt wel een hoop, maar weet, ik stel de norm!”

Ik stel je nu vragen, misschien voor de vorm.

Toch, geef maar eens antwoord, jij die zoveel weet.

Misschien ben je toch met wat wijsheid bekleed”,

Zo sprak God tot Job in de storm.

 

Waar was je, Job, toen ik de aarde boetseerde?

Wie legde de fundamentsteen der planeet?

Elk kind weet toch goed wie het was die dat deed,

‘t Was ik die de aard’ in de oertijd creëerde,

’t Was ik die de plaats van de zeeën traceerde.

Ik zei: tot de rand van de kust mag je komen;

Je golven met schuim mogen verder niet stromen.

Ik was ’t die die zaak van ’t begin controleerde.

 

Het jij het ooit licht laten worden, o Job?

Heb jij de dag ooit wel eens laten beginnen?

Kwam jij op een dag bij de zeebron ooit binnen?

Was jij op des werelds top?

Het land van de Dood, zocht jij dat hogerop?

En waar komt des avonds het duister vandaan?

Zorg jij elke nacht voor het licht van de maan?

Je weet toch zoveel, beste Job!

 

En Job, kan een mens alle sterren placeren?

Weet jij hoe seizoenen ontstaan?

Of weet jij misschien waar de wolken heen gaan

En kun jij de hagel en regen bezweren?

Zorg jij dat de leeuwen leeuwinnen begeren

En voor hun jong loeren op levende prooi?

Geef jij alle vogels hun bont’ verentooi,

Zorg jij dat ze niet van de honger creperen?

 

Frans Woortmeijer

Geen opmerkingen:

Een reactie posten