donderdag 25 april 2019


donderdag
25
april


Evangelische polonaise

(Houd er de moed maar in)
En van je hallelujah heb je het al gehoord?
Heb je het al gehoord?
Heb je het al gehoord?
En van je hallelujah heb je het al gehoord?
't Vleesgeworden woord

(Toffe jongens)
U moest eens weten wat Hij allemaal heeft geleden
Hij was een paria
Dus gaat u zelf maar na
U moest eens weten hoe gemeen ze tegen Hem deden
Hij stierf op Golgotha
Ook voor u

(Overal)
Ook voor u
Ook voor u
Is Hij heengegaan
En weer opgestaan
Ook voor u
Ook voor u
Staat de Heer voortaan op het menu

(Als je pas getrouwd bent)
Jezus wou een picnic houden op Gethsemane
't Was een leuk idee
Iedereen ging mee
Maar er waren helemaal geen koekjes bij de thee
En Hij werd gearresteerd

(Omdat het zo lekker is)
En voor het kantongerecht
Heeft Hij het toen uitgelegd
De zaal was goed gevuld maar de kritieken waren slecht

(Jajem moet er zijn)
Kruis Hem, kruis Hem
Riep men algemeen
Kruis Hem, kruis Hem!
Doe het nu meteen!
Er werd geklapt
Er werd getapt
Er klonk een vrolijk feestgedruis
Toen Hij was veroordeeld tot een dagje aan het kruis

(Laat de klok maar luiden)
En na het wrede plagen
Met doornenkroon en zweep
Moest Hij zijn kruis gaan dragen
Het was nog een heel gesleep (faldera)
U hoeft ook niet te vragen
Hoezeer Onze Vriend hem kneep

(Op een klein stationnetje)
Want Hij werd op Golgotha
Aan het kruis bevestigd
Met een aantal spijkertjes
Een heel secuur karwei
Met vereende krachten
Werd het overeind gezet
Een twee drie, hup
Daar hing Hij

(Hoepelepoep zat op de stoep)
O Vader, ze zijn wat achteloos
U moet het ze maar vergeven
O Vader, maak U toch niet zo boos
Ze weten niet wat ze doen
O Vader
O Vader
Wees genadig
Wees genadig
O Vader
O Vader
Want ze kennen geen fatsoen

(Naar de Zaan)
Heden zult gij met Mij zijn in 't paradijs
Dat kan Ik u garanderen, altijd prijs
Ik verzeker u dat gij daar wezen zult
Dus gij moet niet zeuren, eventjes geduld!

(Lang zal hij leven)
Vrouw zie uw zoon en zoon zie uw vrouw
Kijk eens naar hem en kijk dan gij naar haar
Kijk dus naar elkaar
Wat een enig paar
(Ja, wij willen vrolijk zijn)
Eli, Eli, lama sabachthani
Eli, Eli, lama sabachthani
Waarom hebt Gij Mij voor schut gezet?

(Gooi los de kabeltouwen)
Mij dorst
Mij dorst
Waar blijft de drankvoorziening?
Wat is dat voor bediening?
Wat is dat voor een troep?
Wat is het resultaat van Mijn onverpoosd geroep?
Niet eens een glaasje water of een kop tomatensoep

(Hij leve hoog)
Het is volbracht, het is volbracht
Het is volbracht, het is volbracht
Volbracht
Volbracht
Het is vol-

(Zie de boerinnekes)
Vader, 'k beveel Mijn geest in Uwe handen
Het is de hoogste tijd
Dat Ik eens overlijd
Maar ter verhindering van misverstanden
Ik kom weer uit mijn graf
Dus wacht nog even af

(Io vivat)
Ik kom, Ik kom
Eerstdaags weerom
Het zal inslaan als een bom
Ik kom, en dan verdwijn Ik weer
En op de lange duur verschijn Ik weer
Ik kom, Ik kom
Beslist weerom
In 't belang van 't Christendom!

Drs P. (Heinz Polzer) (1919-2015)



zondag 21 april 2019


zondag
21
april


Kleinst denkbare bron

Kleinst denkbare bron, onder stenen bedolven,
welt op, licht waterlint door de steppe,
waterschicht om rotsen heen de woestijn in
baant een stroomdal dwars door het onbewoonbare,
stevent af op ongenaakbare hoogten,
vaart door dode steden bruisend en muitend
drenkt de wortels van versteende platanen,
plengt oases, vloeit op velden, door tuinen,
waaiert regensluiers uit over rozen.

Huub Oosterhuis



zondag 14 april 2019


zondag
14
april

Heimwee

Kent gy het land, waar hoog de ceder wies?
Een adem Gods door ’t moerbeiboomdal blies?
Van ’t eêlste bloed de bruine druiftros zwol?
De olijftak glom, van malsche koornen vol?

Kent gy dat land? daarheen, daarheen,
o Leidsman mijner vaadren! voer mijn schreên!


Kent gy de stad? Haar hoog en heerlijk huis
Beeldde, eeuwen door, by palm- en lofgeruisch,

Met offerbloed, in ’t heiligdom gebracht,
Den Redder af, door eigen volk geslacht.
Verstrooide schaar, daarheen, daarheen!
De Rijkstad ligt niet voor altoos vertreên.


Kent gy het volk? Zijn dooden leven weêr!
Zijn stammen gaan weêr opwaart, God ter eer.
Zijn oog aanschouwt wiens hart zijn misdrijf brak.
Vergeving stroomt uit d’ ader, dien ’t doorstak.
Daarheen, o aard, den blik! daarheen.


Isaäc Da Costa (1798-1860)



donderdag 11 april 2019


donderdag
11
april


“Wij allen zijn als bloemen van één tuin”,
Tot welke god je bidt kan mij niets schelen,
Geen eigenschap of kleur mag ons verdelen,
Al ben je gay, straight, wit, geel, zwart of bruin.

Zo’n tuin, welk aardig mens wil dat nou niet?
Maar zorg dan wel dat je het onkruid wiedt.

Coenraedt van Meerenburgh 
(Marcel v.d. Driest)



vrijdag 5 april 2019


vrijdag
5
april

Ich fürchte mich so vor der Menschen Wort.
Sie sprechen alles so deutlich aus.
Und dieses heißt Hund und jenes heißt Haus,
und hier ist der Beginn und das Ende ist dort.
Mich bangt auch ihr Sinn, ihr Spiel mit dem Spott,
sie wissen alles, was wird und war;
kein Berg ist ihnen mehr wunderbar;
ihr Garten und Gut grenzt grade an Gott.

Ich will immer warnen und wehren: Bleibt fern.
Die Dinge singen hör ich so gern.
Ihr rührt sie an: sie sind starr und stumm.
Ihr bringt mir alle die Dinge um

Rainer Maria Rilke (1875-1926)










Woorden

Ik wantrouw het woord, een mensch, dat praat,
Het weet van alles het hoe en waarom;
Daar is op aarde geen heiligdom,
Waar niet het woord naar binnen gaat.


En dit heet ‘huis’ en dat heet ‘hond’
En dit heet ‘God’ en dat ‘gebed’,
En noemt men iets, dan weet men het,
En nergens is meer heilige grond.


Der menschen woord raakt alles aan.
- En dan verstomt der dingen lied, -
Hun tuin grenst vlak aan Gods gebied....
Ik waarschuw: blijf van verre staan,


En nader niet met een naam, met een woord,
De juiste term, de gave zin,
Het doode lichaam ligt er in
Der dingen, die men heeft vermoord.

Jacqueline van der Waals (1868-1922)
uit: 
Iris (1918)



woensdag 3 april 2019


woensdag
3
april

Aan een verrader van het vaderland

’t Was nacht, toen uw moeder u baarde,
   Een nacht, zo zwart als immer was.
Een leger van helse geesten waarde.
   ’t Gevogelte liet een naar gekras,
Door ’t aklig woud, tot driemaal horen.
   De zee werd woedend, klotste en sloeg,
Wat zelfs, tot in de hemelkoren,
    De engelen schrik in het hart joeg!
Uw moeder zag u – en het leven
   Ontvluchtte aan haar beklemde hart!
Uw vader schrok – stond te beven –
   Zeeg neer – overwonnen door de smart,
Toen een stem, net als een donder,
   Klonk door het huis, dat u ontving:
“Dat elk zich van dit kind afzondere!….
   “Natuur wrocht hier een aterling!
“Zij heeft hem, tot een straf der volken,
   “In ’s hemels grimmigheid gebaard!
“De slechtste geest uit ’s afgronds kolken
   “Zal hem beschermen op deze aard!
“Hij zal zijn vaderland verraden!
   “De vrijheid trappen op de borst!
“Geen goud zal ooit zijn ziel verzadigen,
   “Die steeds naar meer schatten dorst!
“Hij zal, kan het slechts zijn hebzucht voeden,
   “Een gemene slaaf van de vorsten zijn!
“Waar hij onschuldigen ziet bloeden,
   “Daar zal zijn vreugd en wellust zijn!
“Zijn hele ziel zal valsheid wezen!
   “Zijn mond een kerker vol bedrog!
“Zijn helse ziel zal niemand vrezen;
   “Steeds juichend denken: ‘“k werke nog!….
“U zou vergeefs zijn werking storen!
   “Vergeefs is hier een fors geweld!
“Tot ramp voor ’t vaderland geboren,
   “Is hij ten vloek van het volk gesteld!”

Verrader! monster! vloek der aarde!
   Vernederend schepsel van de natuur!
Gods wraak, die u tot heden spaarde,
   Verdelge u ooit door ’s hemels vuur!
Jacobus Bellamy (1757-1787)




Bellamy’s roem was, meer nog dan op zijn liefdespoëzie, gebaseerd op zijn politieke gedichten. Berucht is zijn gedicht ‘Aan eenen verrader des Vaderlands’, gepubliceerd in het patriottrische tijdschrift De Post van den Neder-Rhijn van 12 oktober 1782 en naderhand opgenomen in Bellamy’s Vaderlandsche gezangen (1783). Vermoedelijk is het gedicht ook als pamflet verspreid. Met de verrader van het vaderland wordt stadhouder Willem V bedoeld, die zonder blikken of blozen wordt beschreven als het grootste monster dat ooit op aarde rondliep. Onder meer door dit gedicht kreeg De Post van den Neder-Rhijn op 25 oktober 1782 een tijdelijk verbod.

zondag 31 maart 2019


zondag
31
maart

Nachtzang

Minerva's uil is neergestreken
in 't land waar koning Ezel balkt.
Minerva's uil is neergestreken
en heeft de vredesduif verschalkt.

Minerva's uil is neergestreken
ten teken dat de avond valt.
Hier heeft zijn kroost naar uitgekeken
dat hatelijke leuzen schalt.

Trollen loeren, heksen dansen,
vampiers gaan naar bloed op jacht,
rovers grijpen gauw hun kansen;
koud en duister is de nacht.

Minerva's uil is neergestreken.
De wolf die lacht zijn tanden bloot.
Maar weldra zal de dag aanbreken
en kraait de haan in 't morgenrood

Musonius (Martijn Breeman)