dinsdag 16 juli 2019


dinsdag
16
juli

De bedelaar

Ik word van lijf en leden veel te zwaar
om nog bij 't volk erbarmen op te wekken.
Toch kan 'k mijzelf niet tot een brandhout rekken,
noch kan dat iemand anders, is 't niet waar?

Een apotheker geeft mij altijd pillen,
in plaats van geld: 't zijn pillen voor het vet
dat zich meedoogenloos heeft vastgezet
in dikke lagen, op mijn buik en billen.

Geen medicijnen brengen echter baat
noch zweeten, vasten, biechten en novenen;
zij doen mijn vet niet smelten, maar versteenen.
Kom hier en voel, Mijnheer, en geef mij raad.

Als 't God belieft, dan wordt het dertig jaren,
aanstaande Paschen, dat ik voor mijn brood
de hand reik en mijn schamel hoofd ontbloot.
Maar wie kan Zijn beschikkingen verklaren?


Willem Elsschot (1882-1960)



maandag 15 juli 2019


maandag
15
juli

dus kom in opstand

de waarheid hebben we in pacht de wijsheid
hebben we uitgeleend aan mensen van wie we de onkunde
net wat kleiner achten dan de onze

dat levert vreemde wetten op

in frankrijk mag je je eigen varken niet napoleon noemen
in australië is het verboden het dier dat je gaat opeten
een naam te geven

in china mag je iemand die aan het verdrinken is niet redden
dat gaat in tegen het lot

je mag in chicago niet eten op een plek die in brand staat
in nederland is het verboden een inbreker op te sluiten op het toilet
en blijft je schoonmoeder na de scheiding
voor eeuwig je schoonmoeder
ook heb je er al meerdere

er schuilt grote schoonheid in de wet
en nog grotere in directe democratie

dus kom in opstand volk dat buigen vreemd is
ontwaak en houd u krachtig

eis naast de kamers en lobby’s je eigen plein van inspraak
dan kunnen we samen bij een fikkend pandje
napoleons eten

en onze schoonmoeders redden van verdrinking
om hen vervolgens te kunnen opsluiten
met de inbreker op het toilet


Tsead Bruinja (1974)
uit: Ik ga het donker maken in de bossen van (2019)



zondag 14 juli 2019


zondag
14
juli

Eros V

O stille stemming van het zonnezinken,
die op het dakenrood der huizen zijgt,
en wijding wekt waar 't woelig leven zwijgt
in 't dage-slinken.

Zinkt de avond niet op 't aangezicht der tinnen
gelijk de sluier op een vrouwe-wang,
die juist gekust werd in den zuivren drang
van schoon beminnen?

Rust de avond niet, na dezen dag van liefde,
om mijne lauwe, licht-bebloeide koon,
in 't huivren van den occarina-toon
die vroeger griefde?

En pinkend aan den donkren hemel hangen
wat witte sterren, teer van bleeken glans.
Ik droom van de beminde... Zou ik thans
nog méér verlangen?

O stille stemming van het avond-dalen,
die mijn gedachten aan de liefste wijdt!
Zoo ben ik kalm en kan van zaligheid
niet ademhalen ..

Maurice Roelants (1895-1966)
uit: 
Het verzaken (1937)

zaterdag 13 juli 2019


zaterdag
13
juli

Eros IV

Wij gingen langs de Leie en spraken stil;
de winden woeien onze wangen kil,
diep uit het water scheen de matte maan,
wij voelden de avond aan ons zijde gaan.

Ons woorden ruischten vol geheimen zin;
wij drongen dicht bijeen en veinsden min.
't Was koud. Wij gingen traag, zeer traag, gearmd.
Toen heeft uw warme mond mijn mond gewarmd.

Maar laat, in 't diepste van dien kouden nacht,
wijl 'k moe en eenzaam doolde en treurig dacht,
is door mijn hart een oude smart gegaan.

'k Heb schreiend voor een zwarte vaart gestaan.
Verleden min, verleden droefenis
heb ik geleden in gedachtenis.

Maurice Roelants (1895-1966)
uit: 
Het verzaken (1937)

vrijdag 12 juli 2019


vrijdag
12
juli

Eros III

Ons afscheid: enkle woorden van bedroeven,
het even drukken van uw vingertoppen,
en dan: ‘Tot ziens’ - en hevig hartekloppen
en verder niets verwachten maar toch toeven.

Gij gaat naar de oude stad van kroos en zwanen
en 't daaglijks kleppen van de vele klokken
die galmend tot devote droomen lokken.
Gij gaat... En in mijn wimpers zwellen tranen.

'k Herdenk mijn lange liefde en eenzaam lijden
en 'k hoor den naklank van uw woorden woelen
in mij. Hoe zou ik thans de vrees niet voelen
dat we misschien voor immer zijn gescheiden?

Maurice Roelants (1895-1966)
uit: 
Het verzaken (1937)

donderdag 11 juli 2019


donderdag
11
juli

Eros II

De Lente-avond weeft om ons een koelen walm...
Gij laat in roerloosheid de kostbare ure slinken
en voelt niet hoe ik zucht en voor uw deur lang talm
om van uw lippenkelk uw zoeten zoen te drinken.

Gij geeft me uw hand te drukken - de avond hoort uw groet -
en gaat met tragen tred uw klare woning binnen.
Maar ik, die liefde vraag en vriendschap dragen moet,
dool in de duisternis van mijn bedwelmde zinnen.

De blijde dag van morgen zal weer droef vergaan:
Gij zult me in uw schoon huis opnieuw als vriend ontbieden;
en ik zal naar u snellen weer, één hoop en waan,
schoon ik u mijden wou en u voor goed ontvlieden.

Maurice Roelants (1895-1966)
uit: 
Het verzaken (1937)

woensdag 10 juli 2019


woensdag
10
juli

Eros I

Uw bleek gelaat is in den Lente-avond
gelijk een witte, vleugelmatte vlinder;
uw blikken vloeien in mijn oogen, lavend,
maar 't laven maakt den dorst naar u niet minder.

Uw toeë mond verroert niet in den avond,
ofschoon mijn blikken u tot fluistren dringen.
In beide handen 't aangezicht begravend,
kan ik de macht van snikken niet bedwingen.

Gij windt me om 't gloeiend hoofd uw kille handen,
uw zakdoek bet de tranen van mijn oogen,
maar 'k voel uw koude vingers pijnend branden:
ik mag uw medelijden niet gedoogen.

Want uw gelaat is vlinderbleek van zorgen
om mij, die enkel maar uw vriend kan wezen...
Neen, dan! Ik zal niet wederkeeren morgen
om uit uw oogen weer die vrees te lezen.


Maurice Roelants (1895-1966)
uit: 
Het verzaken (1937)