maandag 24 juli 2017

maandag
24
juli

Wilde zangster

Prijst vrij de nachtegaal,
Als hij u menigmaal 
Verlust, en schatert uit:
Een zingend vedertje en een gewiekt geluid,
Wiens kwinkeleren zoet
De oren luisteren doet 
Gauw, na het tiereliertje 
Der vlugge luchtigheid, van 't olijk vrolijk diertje.
Wiens tjilpend schril geluid
Gelijk een orgel fluit, 
Veel losse toontjes speelt; 
En met een tong alleen, als duizend tongen kweelt.
Zijn hoog' en lage zwier, 
Met liefelijk getier,
Van 't helle schelle zoetje,
Vermeestert al 't gezang van 't zingend' springend' goedje.
Een diertje, wiens gelaat
In zeldzaamheid bestaat:
Omdat het niet en heeft
Als zang, die maar een maand in 't ganse jaar en leeft.
Maar 't meeste wonder, dat
Zijn roem ooit heeft gehad,
Is, dat zo kleine leden
Herbergen zulk een kracht van die luidruchtigheden.




Maria Tesselschade Roemers Visscher (1591-1649)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen